SAMEN WERKEN AAN BETER WERK

Terug naar overzicht

‘Meer energie uit mijn werk’

De werkdruk van je team kun je niet aanpakken, maar je eigen werkdruk wel: daar heb je zelf invloed op. Dat was voor medewerkers van IrisZorg een belangrijke les uit de inspiratiebijeenkomst die de instelling in december 2019 organiseerde met subsidie van O&O-fonds GGZ.

De werkdruk was al een tijdje hoog bij IrisZorg, vooral door de regeldruk. ‘Daar wilde ik iets aan doen’, zegt ambtelijk secretaris OR Martine Strijbos. ‘We hadden al binnen IrisZorg een project Werkkracht waarin we als OR met een bestuurder, HR, verzuimadviseurs en managers aan de slag gingen om het verzuim aan te pakken. Dat verzuim was soms psychisch en werkgerelateerd, het leek verband te houden met werkdruk. Daarom wilden we de werkdruk aanpakken. Met die subsidie organiseerden we een bijeenkomst met Hélène Oosterhuis als gastspreker, een deskundige in gedragsverandering en werkplezier. Er kwamen 70 medewerkers op af, zowel zorgpersoneel als ondersteunende medewerkers en een enkele manager.’

Invloed

‘Wat me het meest is bijgebleven, is de positiviteit’, zegt opleidingscoördinator Annelieke Andringa. ‘Iedereen deed vol energie mee. In het begin waren de deelnemers gesloten, maar daar brak Hélène doorheen. Ze zorgde in de groep voor een sfeer van vertrouwen. Door de vragen die ze in een spel aan mij stelde, reageerde ik tot mijn eigen verrassing anders dan anders: ik koos voor mezelf, terwijl ik meestal eerst aan anderen denk. ‘ Annelieke werkt sinds twee jaar bij IrisZorg. Daarvoor werkte ze jarenlang bij een bank. Het was een grote overgang. ‘Bij de bank werkte ik op strategisch niveau, hier ben ik operationeler bezig. Voor mij was die ochtend het ‘stop, voel, denk en doe!’ een belangrijke tip. Stilstaan bij de vraag: ‘hoe doe ik het nu?’ leidt tot bewustwording en dat geeft weer een drive.’ Door Martine werd ze overgehaald om in de OR te gaan. Dat doet ze een dag in de week. ‘Als OR-lid zit ik in verschillende projectgroepen. Daarin denk ik mee en heb ik invloed op de organisatie. Ik ben er heel gelukkig mee dat ik nu meer strategisch kan werken en zelf kan bedenken hoe ik de organisatie mooier maak. Zo haal ik meer energie uit mijn werk.’

Niet-to-do-lijstje

Als toenmalige OR-voorzitter zat ambulant hulpverlener verslavingszorg Ina Bonestroo in de organisatie van de bijeenkomst. Ze vond de ochtend fantastisch en inspirerend. ‘Meestal krijg je als tip om to-do-lijstjes te maken, maar Hélène kwam juist met niet-to-do-lijstjes: dingen die je níet meer gaat doen. Op het ogenblik lijkt het of iedereen denkt dat hij zich met de coronacrisis moet bemoeien. Maar laat dat nou over aan een paar mensen die dat goed kunnen en laat het verder los. Ik zeg dan: dat kan op je niet-to-do-lijstje.’ Een tip die Ina ook heel waardevol vond, is om te zorgen voor een uitlaatklep naast je werk. Als bezige bij heeft ze die altijd gehad. ‘Ik ben nu 53 en ik werk vanaf mijn 18e in de verslavingszorg. Dat is geestelijk zwaar werk. Dat had ik nooit zo lang volgehouden als ik niet iets anders ernaast had gehad. Mijn uitlaatklep is dat ik een dag in de week op de markt sta. Dat is lichamelijk zwaar, maar ik haal er veel plezier uit. Dat neem ik mee in mijn andere werk.’

Anders naar werk kijken

De beste tips van die ochtend in december? Moeilijk te zeggen, vindt Martine. Iedereen haalde uit de bijeenkomst de tips die hem of haar het meest aanspraken. Zelf leerde ze om aan te geven wanneer ze ongestoord wil werken in haar flexkantoor met acht collega’s. ‘Op de bijeenkomst was de tip ‘trek een geel hesje aan als je niet gestoord wilt worden’. Ik doe het anders – ik hang een bordje op – maar als eenmaal uitgesproken is dat je kunt zeggen dat je niet gestoord wilt worden, werkt het. Zo simpel is het. Ik kom nu meer op voor mijn grenzen. ‘ Ook de tip ‘stop, voel, denk en doe’ sprak haar aan. ‘Afstand nemen en anders naar je werk kijken. Dat is nodig, want zorgmedewerkers zijn verschrikkelijk loyaal aan elkaar en aan hun cliënten. Maar je hoeft niet voor iedereen te zorgen, je mag ook weleens loslaten.’ Wat Martine, Annelieke en Ina alledrie van de bijeenkomst hebben meegenomen, is de nadruk op werkplezier, op dat wat energie geeft. Ina: ‘Hélène zei: ‘omarm dat je werk hebt, omarm dat je collega’s hebt.’ Zo ga ik er ook mee om. Het is geen last om te werken, wees blij dat je kunt werken!’

Generatiegroepen

Na de bijeenkomst van december werd in veel teams verder gesproken over werkdruk en vooral over werkplezier. Ook maakte Martine met de organisatiebrede projectgroep Werkkracht een vervolgplan voor de aanpak van werkdruk. Met een andere, Europese, subsidie organiseren ze bijeenkomsten en trainingen voor verschillende generatiegroepen: jongeren, de tussengroep van 30 tot 55 jaar, en de 55-plussers. ‘Om de jongere medewerkers te binden, hebben we Jong IrisZorg opgezet’, zegt Martine. ‘De eerste bijeenkomst is vooral bedoeld om elkaar te ontmoeten. Ook bespreken we hoe ze het ‘Zo doen we het hier!’, wat ze vaak horen van oudere medewerkers, kunnen doorbreken. De tussengroep stimuleren we in de bijeenkomsten om na te denken over het vervolg van hun carrière: willen ze misschien nog wat anders? Voor de 55-plussers gaan de bijeenkomsten over de vraag: hoe ga ik de laatste jaren van mijn werkzame leven aanpakken? Kan ik bepaalde taken afstoten, als ze te zwaar zijn? Ga ik misschien eerder met pensioen, en wat betekent dat dan?’ Hoe verschillend de invulling ook is per generatie, het doel is hetzelfde: leren hoe je zelf invloed hebt op je werkplezier.

Lees meer over de subsidie van O&O-fonds ggz voor de aanpak van werkdruk.