Casus Julia
Julia (40) werkt als begeleider in de ggz, 32 uur per week. Ze ondersteunt cliënten met complexe problematiek in hun dagelijkse structuur. Daarnaast zorgt ze al jaren intensief voor haar ouders: haar moeder met dementie woont in een zorginstelling, haar vader – alleenwonend en met een chronische ziekte.
De zorgtaken voor haar ouders lopen sterk door in haar werkweek. Julia regelt administratie, overlegt met hulpverleners, woont afspraken bij (vaak ook doordeweeks tijdens werktijd) en onderhoudt voortdurend contact via telefoon en apps. Het voelt als een tweede baan naast haar werk in de ggz.
De overlap tussen werk en mantelzorg is groot: net als in haar werk is ze voortdurend bezig met coördineren, schakelen en brandjes blussen. Daardoor komt ze nauwelijks toe aan leuke dingen doen met haar ouders; de zorg blijft vooral praktisch en organisatorisch. Tijdens haar werk wordt ze regelmatig gestoord door telefoontjes van haar ouders of van hun hulpverleners en instanties. Soms biedt haar werk juist afleiding, maar dan moet ze bewust “de knop omzetten” om haar aandacht te verleggen. Dan zet ze haar privételefoon en e-mail op stil, zodat ze ongestoord haar werk kan doen.
Organisatorische knelpunten
Julia heeft nog geen formele afspraken met haar werkgever over mantelzorg. Veel taken voert ze ’s avonds of in het weekend uit. Uren die ze onder werktijd kwijt is aan mantelzorg probeert ze later in te halen. Een verzoek om een dag minder te werken kon alleen als ze LFB-uren zou opnemen. Bij grote gebeurtenissen, zoals de verhuizing van haar moeder naar een verzorgingstehuis, kreeg ze drie dagen vrij van een tijdelijke leidinggevende – maar ze twijfelt of andere teamleiders dat ook zouden toestaan.
Er is binnen haar organisatie begrip voor haar situatie, maar er ontbreekt structurele ondersteuning of beleid. De wisseling van leidinggevenden maakt het moeilijk om op continuïteit te rekenen. Julia zou graag één dag in de twee weken vrij hebben om haar regeltaken te doen, zonder dat dit ten koste gaat van verlofuren.
“Ze hebben altijd goed voor jou gezorgd, dus je wilt ook goed voor hen zorgen. Maar het voelt alsof ik twee banen heb – en te weinig tijd voor allebei.”
Mentale belasting en gevolgen
Het combineren van haar baan en mantelzorg zorgt regelmatig voor overbelasting. Vooral de opeenstapeling van praktische zorgtaken, afspraken en de emotionele betrokkenheid bij beide ouders maakt het zwaar. Julia en haar zus delen de taken, maar beiden hebben ook een jong gezin. De mantelzorg vraagt al gauw zes uur per week, soms meer, en het is voortdurend zoeken naar balans.
Een periode lang wist Julia niet hoe ze het vol moest houden; inmiddels is er meer evenwicht dankzij een betere taakverdeling met haar zus. Toch blijft de zorg intensief, vooral omdat haar vader ook veel beroep op haar doet vanwege haar kennis van de zorgsector.
Reflectie
Julia’s ervaring laat zien hoe mantelzorgers in de zorgsector vaak “dubbel zorg verlenen”: professioneel én privé. Haar kennis van financieringsstromen (WLZ, Wmo) helpt haar in de rol van mantelzorger, maar maakt het ook moeilijker afstand te nemen.
Ze heeft geleerd om beter grenzen te stellen, maar het blijft zoeken naar ruimte voor zichzelf. Julia ziet veel parallellen tussen haar werk en privéleven: flexibiliteit en het kunnen omgaan met onverwachte situaties zijn onmisbaar. Toch zou ze graag meer maatschappelijke ondersteuning willen, zoals laagdrempelig contact met een maatschappelijk werker die kan meedenken over regelzaken (zoals CAK-facturen of contact met het zorgkantoor).