Casus Eva
Eva (begin 50) werkt als hulpverlener in de ggz en combineert dit met intensieve mantelzorg voor haar 84-jarige moeder en verstandelijk beperkte jongere zus. Beide wonen elders, wat haar tijd en energie extra belast. Eva is mentor van haar zus, die recent een hersentumor en epilepsie kreeg. Voor beide vrouwen regelt zij medische afspraken, administratie en emotionele ondersteuning.
Eva’s werk in de ggz – waar zij cliënten met psychische problematiek begeleidt – lijkt inhoudelijk sterk op haar zorgtaken thuis. Hierdoor vervaagt de grens tussen werk en privé. “Als mijn moeder zegt dat het allemaal zo zwaar is, merk ik dat ik daar privé minder goed mee kan omgaan, omdat ik het professioneel ook al de hele dag hoor.” Die emotionele overlap put haar uit.
Organisatorische knelpunten
Om ruimte te maken voor mantelzorg, reduceerde Eva haar werkweek van 32 naar 27 uur. Toch werkt ze vaak extra uren voor rapportages of e-mails. Haar verzoek om flexibeler met haar uren om te gaan, werd afgewezen wegens urensystematiek. Ze voelt zich wel gesteund door haar directe leidinggevende, maar de structurele productiedruk blijft. Cliënten mogen immers niet te veel worden afgezegd of verschoven, terwijl zorgafspraken voor haar zus dat regelmatig vereisen.
Mentale belasting en gemis aan erkenning
Eva probeert balans te houden door vrije weekenden te plannen en daarin geen ‘onnodige’ zorgtaken te doen. Toch merkt ze dat haar energie afneemt en ze vaker ziek is. Vanuit HR is er geen actieve aandacht voor haar situatie. Ze zou graag maatwerk zien: minder productie-eisen of meer ruimte in contractvormen. “Bij interne trainingen krijg je ook ruimte in je productie. Waarom niet bij mantelzorg?”
Reflectie
Eva staat er grotendeels alleen voor. Ze heeft geen broers of zussen, en mist sociale erkenning: “Iedereen vraagt naar mijn moeder en zus. Maar wie vraagt hoe het met míj gaat?” Haar verhaal laat zien hoe zwaar de combinatie van werk en mantelzorg kan zijn, zeker in een sector waar werk en privé psychologisch overlappen.