Direct naar content

Casus Ben

Ben (55) werkt als verpleegkundige in de ggz met onregelmatige diensten en combineert dit met intensieve mantelzorg. Hij had jarenlang de zorg voor zijn vader met dementie en zorgt nu voor zijn moeder met hartproblemen en kanker. Daarnaast zorgt hij samen met zijn partner, die ook in de ggz werkt, voor haar 30-jarige dochter met een verstandelijke beperking die functioneert op het niveau van een kind van vier jaar. Zij verblijft afwisselend bij hen en bij haar vader en gaat overdag naar dagbesteding.

Ben

Ben werkt 36 uur per week. Zijn werk vraagt veel energie en kent emotionele overlap met zijn mantelzorgtaken. Overdag ziekenhuis- of verpleeghuisbezoeken combineren met een late dienst zorgt voor uitputting. Er is vaak geen ruimte voor herstel, omdat naast de medische zorg ook de administratie, huishoudelijke taken en regelwerk doorgaan.

De opeenvolging van gebeurtenissen – ziekenhuisopnames van zijn moeder, de opname en het overlijden van zijn vader, de voortdurende zorg voor de dochter van zijn vriendin – zorgen ervoor dat Ben voortdurend moet schakelen zonder rustmoment. Dat leidt tot zowel lichamelijke als psychische belasting.

Organisatorische knelpunten

Zijn werkgever gaf aan dat hij vakantiedagen of LFB-dagen moest opnemen voor mantelzorgtaken. Formeel had hij geen recht op zorgverlof, omdat de zorg vaak plaatsvond in het ziekenhuis of verpleeghuis. Extra faciliteiten, zoals mantelzorgverlof of flexibele werktijden, waren niet voorhanden. Hierdoor voelde Ben zich gedwongen om zorgtaken deels uit te besteden, maar de druk bleef hoog.

Tekorten op de werkvloer, druk om productie te leveren en scholingsverplichtingen in werktijd vergroten de spanning: “Hoe hou je dit vol?”

Mentale belasting en gevolgen

De opeenstapeling van zorgtaken en werkdruk leidde tot burn-outklachten. Ben viel op een gegeven moment letterlijk uit: na een intensieve periode met overlijdenszorg en administratieve regelzaken raakte hij zo uitgeput dat hij flauwviel, met hersenschudding en een hoofdwond tot gevolg. De voortdurende combinatie van werk, mantelzorg en eigen herstel blijft zwaar. Ben vraagt zich af hoe lang dit nog vol te houden is, zeker richting de toekomst.

Reflectie

Ben ervaart dat de kloof tussen theorie en praktijk groot is. Hoewel mantelzorg in beleid vaak wordt erkend, ontbreken in de praktijk passende faciliteiten en maatwerkoplossingen. Wachtlijsten en bureaucratie bij instanties vergroten de druk, terwijl zorgorganisaties vooral zakelijk en taakgericht opereren.

Zijn ervaring laat zien hoe zwaar de combinatie van onregelmatig werk en mantelzorg is, zeker zonder broers of zussen om de zorg te delen. Het leven draait door, maar herstelmomenten zijn schaars. “Iedereen doet zijn best, maar uiteindelijk moet je het als mantelzorger zelf doen.”