Ongeveer 66% van het leren van volwassenen vindt plaats buiten het formele onderwijs: via trainingen, cursussen en bijscholing. Deze leeractiviteiten zijn vaak kort (tot vijf dagen), praktijkgericht en direct toepasbaar. Juist deze flexibele vorm van leren biedt kansen om leren en ontwikkelen in de ggz slimmer en toegankelijker te organiseren, mits ze goed worden verbonden met erkenning en kwaliteitsborging.
Om te onderzoeken of flexibel opleiden kan bijdragen aan instroom, behoud en doorontwikkeling van medewerkers in de ggz, is CINOP in opdracht van het O&O-fonds GGZ een verkenning gestart. De uitkomsten zijn positief: flexibel opleiden kan een belangrijke bijdrage leveren aan een toekomstbestendige ggz.
Aanleiding voor de verkenning
In de praktijk combineren medewerkers vaak meerdere leerwegen, zoals werkplekleren, korte cursussen en formele opleidingen. Het rapport benadrukt daarom het belang van maatwerk in tempo, vorm, locatie en inhoud. Ook onderstreept het de noodzaak van betrouwbare erkenning van eerder verworven competenties, duidelijke leeruitkomsten en passende toetsing en certificering.
Randvoorwaarden voor succes
Het rapport benadrukt dat goede randvoorwaarden cruciaal zijn. Succesvol flexibel opleiden vraagt onder meer om goede werkplekbegeleiding, psychologische veiligheid, voldoende leertijd in roosters en strategische inbedding in HR-beleid. Daarnaast kan regionale samenwerking organisaties helpen om opleidingsmogelijkheden efficiënter te organiseren en breder toegankelijk te maken.
Advies: werken met EPA’s en bouwstenen
Flexibel opleiden geeft medewerkers meer regie over hun ontwikkeling. Tegelijkertijd signaleert het onderzoek een belangrijke belemmering: de kloof tussen bekwaamheid, bevoegdheid en declarabiliteit. Nieuwe vaardigheden leiden niet automatisch tot bredere inzetbaarheid, omdat formele kaders en bekostigingsregels bepalen wat iemand mag doen en declareren.
Het rapport wijst daarom op het werken met EPA’s (Entrustable Professional Activities) als kansrijke aanpak. Hierbij worden leeruitkomsten gekoppeld aan concrete, observeerbare beroepsactiviteiten. Zo wordt niet alleen zichtbaar wat iemand heeft geleerd, maar vooral wat iemand aantoonbaar kan in de praktijk.
Het advies is om te werken met een bouwsteenbibliotheek met stapelbare, toetsbare bouwstenen (formeel én non-formeel. Dit zorgt ervoor dat instromers, zij-instromers en doorstromers gerichter en haalbaarder kunnen ontwikkelen én dat ontwikkeling beter aansluit op de praktijk en de geldende kwaliteits- en bekostigingskaders.
Lees de inzichten, randvoorwaarden en aanbevelingen in het volledige onderzoeksrapport.